Horen en verstaan

De oren zijn de eerste stap …

Dat geldt voor iedereen. Maar wat gebeurt er – als we boven de 60 zijn – wanneer onze oren niet meer zo goed werken en dit gecompenseerd moet worden met een hoortoestel? Dan begint het probleem van horen en verstaan pas echt te spelen. Want zelfs een high-tech hoortoestel geeft vaak niet de gewenste oplossing. Geluiden klinken weliswaar harder, maar goed kunnen verstaan in een rumoerige omgeving blijft lastig.

Horen met de oren is stap 1, maar het gaat om het verwerken van (spraak)geluid tussen de oren. De oren moeten natuurlijk goed kunnen waarnemen, en daarbij helpt het hoortoestel. Maar na deze eerste stap moeten de hersenen het verdere werk doen. Daar wordt de belangrijke informatie opgepikt, gescheiden van andere geluiden en lawaaibronnen en verwerkt tot een zinvolle boodschap.

Wat is spraak eigenlijk?

Wanneer we spraak horen, dan denken we allereerst aan de inhoud en aan zinnen. Zinnen bestaan weer uit woorden en woorden weer uit individuele klanken. En die klanken? Die verschillen weer in bijvoorbeeld duur en toonhoogte. Hieronder staat hoe spraak uit geluid wordt opgebouwd (van onder naar boven).

speech_hierarchy

We moeten de afzonderlijke klanken herkennen en daarvoor is het nodig tonen en duren (ritme) goed te onderscheiden. Vanuit de klanken ontstaan lettergrepen die woorden vormen. Woorden maken zinnen en dan wordt ook de betekenis duidelijk, zoals bij “bank” in het voorbeeld hierboven.

De basis ligt in het goed kunnen horen en verwerken van geluiden. Niet alleen in de oren, maar ook tussen de oren. Dat begint op het laagste niveau, bij de waarneming van geluiden, tonen, ritmes, etc. Dit zijn de zogenaamde low-level centrale functies.